K3 : voorbereiding tot de GROTE stap!!!
In de derde kleuterklas worden de kleuters voorbereid op de stap naar het eerste leerjaar. Er wordt nog heel wat gespeeld, maar de kleuters verwerven zonder dat ze het beseffen heel wat vaardigheden die ze nodig hebben voor het eerste leerjaar. Die voorbereiding verloopt over verschillende domeinen namelijk lezen, schrijven, rekenen en niet te vergeten de werkhouding.
De kinderen worden voorbereid op het leren lezen. Ze leren woorden in stukjes verdelen, letters herkennen, woorden met gelijke beginletters zoeken, kleine overeenkomsten en verschillen ontdekken eerst met afbeeldingen daarna met letters en cijfers,... Ze maken kennis met de geschreven taal uit boeken in de klasbib, en door gebruik te maken van pictogrammen en stappenplannen leren ze ook een beetje ‘lezen’. We werken ook vaak met de methode schatkist taal.
Het schrijven wordt geoefend op 2 gebieden: grootmotorisch en klein-motorisch. Het grootmotorsiche neemt de turnleerkracht voor zich met het ‘schrijfdansen’. Dit wil zeggen via beweging in de lucht uiteindelijk tot bewegingen op papier komen. Het fijnmotorisch is het verfijnen van de schrijfpatronen op papier met potlood. Dit doen we aan de hand van leuke, speelse werkbladen. In het begin op A3-formaat om zo tot A4-formaat te komen. Maar ook aan de hand van de methode pennenstreken.
Het domein rekenen is ook heel belangrijk in de 3de kleuterklas. We leren tellen, cijfers herkennen en inhoud geven, vergelijkingen maken qua grootte/gewicht/tijd, opdrachten rond ruimtelijk inzicht uitvoeren, voorbereiden op het optellen en aftrekken door te werken rond de begrippen meer/minder, 1meer/minder,... Voor dit domein werken we geregeld met de methode schatkist rekenen.
Een laatste domein en zeker geen onbelangrijk domein is de leer- en werkhouding. Dit proberen we te bevorderen door het gebruik van het doebidoebord en de moetjes en magjes. Hiermee hebben ze reeds kennis gemaakt in de tweede kleuterklas. Maar in de derde kleuterklas zijn het meerdere moetjes en magjes per dag of per week. Het doebidoebord start van oktober en hiermee kunnen we differentiëren en remediëren. Het kan gaan om allerlei opdrachten maar bekeken in functie van de noden van het kind. We starten met 1 opdracht per week maar naar het einde van het schooljaar toe kan het vermeerderen. De kleuters bepalen aan het begin van de week wanneer ze de opdracht gaan uitvoeren.
Meerdere malen per week gaat de troetelkoffer mee naar huis. Hier stoppen de kleuters allerlei spulletjes in van thuis waar ze in de klas over kunnen vertellen. Dit is niet altijd vanzelfsprekend voor de kleuters , want het vraagt heel wat zelfzekerheid. Hiermee trachten we de kleuters een eigen momentje te geven en hen taalvaardiger te maken in groep.
Op drie vaste momenten in de loop van het schooljaar worden de kleuters getest voor de vijf leergebieden, net zoals in de andere klassen. In de derde kleuterklas komen er nog testen bij. In oktober is dit de test rekenbegrip. Deze peilt naar de rekenvoorwaarden zoals vergelijken van hoeveelheden, tellen en rangorde. In februari hebben we dan de toeter die de schoolrijpheid van de kleuters nagaat. En als ze op deze test niet zo goed scoren dan hebben ze op het einde van het schooljaar een herkansing met de kontrabas.
Zoals je kan lezen is het in de derde kleuterklas werken geblazen maar er is natuurlijk nog altijd tijd genoeg over om te spelen en creatief bezig te zijn met allerlei materialen.
juf Marjan